Toespraak Burgemeester Culemborg

Beste mensen,

Het was op 4 juli van dit jaar. Ik stond te wachten op de Markt bij het stadhuis van Culemborg. Het was een ogenschijnlijk rustige woensdag, de zon scheen. Vanuit de verte hoorde ik geluid naderen; getrommel, getoeter. Vanaf verschillende plekken in de stad waren groepen mensen vertrokken, onderweg sloten steeds meer Culemborgers zich aan. Tot ze één grote stoet vormden met als eindpunt de Markt. De Markt stroomde vol met Culemborgers, gewapend met pannendeksels en pollepels, toeters, trommels, alles wat maar geluid produceren kon. En met spandoeken met teksten als ‘Maksim moet blijven’, ‘Denis hoort hier’.

Deze demonstratie werd georganiseerd door de twee scholen waar de kinderen les hadden. Het is niet verwonderlijk dat dit initiatief juist van de twee scholen kwam. Want de impact van het vastzetten van de familie Andropov was juist op die twee scholen het grootst. Je klasgenoten, je sportgenoten, je vrienden. Van de één op de andere dag waren ze er niet meer. Dit zorgde bij de kinderen voor gevoelens van ongeloof en verdriet. En bij ouders en docenten van verbijstering, boosheid en bezorgdheid. Oftewel, de impact op de Culemborgse samenleving was groot. En de saamhorigheid onderling was groot. Een lawaaidemonstratie werd georganiseerd, geld ingezameld voor de familie, een wake bij het detentiecentrum, interviews bij het Jeugdjournaal, in tal van lokale en landelijke media. Deze saamhorigheid heeft mij diep geraakt. Maar wat mij het meest geraakt heeft is de reactie bij veel kinderen; in gesprekken merkte ik dat er een vanzelfsprekende vanzelfsprekendheid bij hen was verdwenen. Eerst had ik het niet door toen ze de bekende vragen stelden als “Maar zij zijn toch gewoon Nederlander? Zij horen toch bij ons? Waarom zijn ze weggehaald?”. Maar ineens zag ik het; er was een bepaalde onschuld, een vanzelfsprekendheid verdwenen. Het vanzelfsprekende van een kind dat je gewoon bent en blijft op de plek waar je opgroeit, dat er voor je gezorgd wordt door de grote mensen om je heen, de vanzelfsprekendheid van thuis. Zaken waar je als kind helemaal niet over nadenkt, die zijn er gewoon, die zijn vanzelfsprekend. Ik zag ineens dat ook kinderen met een Nederlands paspoort zich bepaalde vragen gingen stellen die een kind zich niet zou moeten afvragen. “Mogen wij hier dan wel blijven? Moeten wij ook weg?”

Oftewel, de impact van een dergelijk proces beperkt zich niet tot het betrokken gezin maar raakt de hele sociale omgeving. Zie de betrokkenheid vandaag maar weer met uw aanwezigheid.

***

Het blijft mij verwonderen hoe een gezin zo lang in een land kan wonen, onder de radar verblijft, tal van procedures doorloopt. Een gezin waar wij als gemeente het bestaan ook niet van wisten, tot afgelopen juni. Een situatie die is ontstaan na decennia aan internationale verdragen en veranderingen in het Nederlandse asielbeleid. Dé rode draad, in mijn beleving, is dat daarbij gezocht wordt naar het vinden van een balans tussen het recht en de rechtvaardigheid. Met daarmee per definitie een grijs gebied. Met politieke partijen en kabinetten die bij het maken van beleid naar de maatschappelijke winden de nadruk de ene keer op het recht leggen en de andere keer op rechtvaardigheid. Want die politieke partijen verzonnen dat echt niet zelf, zij voerden mee op een wind in de samenleving.

***

Het sentiment in Nederland is afgelopen decennia gekanteld; met aan de ene kant een steeds groter wordende groep die stelde: de multiculturele samenleving is mislukt, vluchtelingen en asielzoekers zorgen voor problemen. En aan de andere kant een steeds kleiner wordende groep die voor een ruimhartig asielbeleid is en diversiteit als een zegen ziet. Met in het midden een grote groep Nederlanders die hier genuanceerd in staat of het lastig vindt.

Het kinderpardon is daarin hét symbool geworden van het gepolariseerde debat in Nederland over asielrecht. Met als slachtoffer de betrokken kinderen. En met als slachtoffer de lokale gemeenschappen waar deze kinderen en gezinnen wonen en onderdeel vormen van die lokale gemeenschappen.

***

In dit debat worden in mijn beleving recht en rechtvaardigheid tegenover elkaar gezet. Het ene kamp zegt: “We moeten het recht strikt volgen want anders volgt een precedent.” En het andere kamp stelt: “We moeten niet zo moeilijk doen met de regels, we moeten gewoon rechtvaardig zijn.” Alsof het één het ander uitsluit. Alsof recht en rechtvaardigheid niet hand in hand kunnen gaan.

Naar mijn mening kunnen we antwoorden vinden hoe recht en rechtvaardigheid hand in hand kunnen gaan als we teruggaan naar universele mensenrechten.

Op 10 december 1948 stellen de leden van de Verenigde Naties de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens vast. Over enkele weken precies 70 jaar geleden. In de preambule van de Verklaring staat “Overwegende, dat erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreembare rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslag is voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld.” Alleen al dat ene begrip, “leden van de mensengemeenschap”, spreekt boekdelen. Wij zijn allen lid van de mensengemeenschap. Wat je “ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status” ook is. Lid van de mensengemeenschap.

In artikel 1 van de Verklaring staat “Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren”. Laat dat eens op ons inwerken, “vrij”, “gelijk in waardigheid”, “gelijk in rechten”. Wij weten dat alle mensen in heel verschillende omstandigheden geboren worden. Het maakt nogal wat of je wieg stond in Afrika of Europa.

Maar als wij vervolgens stellen, je omstandigheden kunnen dan wel verschillen maar je mensenrechten zijn gelijk. Waar je wieg ook stond, je bent “vrij, gelijk in waardigheid en rechten geboren”.

***

Er is ook nog een ander verdrag, het ‘Internationaal verdrag inzake de rechten van het kind’. Op 20 november 1989 aangenomen door de leden van de Verenigde Naties. Vandaag precies 29 jaar geleden. In artikel 3 van dit verdrag staat “Bij alle maatregelen betreffende kinderen, ongeacht of deze worden genomen door openbare of particuliere instellingen voor maatschappelijke welzijn of door rechterlijke instanties, bestuurlijke autoriteiten of wetgevende lichamen, vormen de belangen van het kind de eerste overweging”. Laten we ook dit weer op ons laten inwerken “… vormen de belangen van het kind de eerste overweging”.

Het feit dat ook Nederland deze mensen- en kinderrechten onderschreef, stelt ons tot een dure plicht. Het betekent dat wij stellen dat een ieder lid is van de mensengemeenschap. We hebben onderschreven dat een ieder vrij is en gelijk is in waardigheid en rechten.
En vervolgens hebben we ook gezegd dat bij beslissingen het belang van het kind de eerste overweging vormt.

Het betekent, in mijn beleving, dat als wij het hebben over beslissingen op het gebied van asielrecht, het kinderpardon, internationale handel, ontwikkelingssamenwerking, wij de dure plicht hebben om mensenrechten als uitgangspunt voor ons handelen te nemen. We moeten bij beslissingen een veelheid aan belangen laten wegen; op het gebied van economie, veiligheid, financiën. Maar mensenrechten komen altijd eerst. Het betekent daarmee in mijn beleving ook dat we de dure plicht hebben om uit te leggen dat het nemen van beslissingen ingewikkeld is omdat er een veelheid aan belangen dient te worden afgewogen. Oftewel, we hebben niet de ‘luxe’ om er even één belang uit te pikken en de rest even te laten voor wat het is en te verzwijgen. Populisme van alle kanten is daarmee niet aan de orde. Niet voor politici, niet voor journalisten en niet voor ons als individu op Twitter of Facebook.

Betekent dit dat wij dan een ieder dan maar asiel moeten verlenen? Nee, want we begrijpen allemaal dat het onmogelijk is om alle mensen op de vlucht van oorlog en geweld of op zoek naar een betere toekomst in Nederland, in Europa te kunnen opvangen.

Het betekent wel dat bij de uitleg van het kinderpardon het belang van het kind de eerste overweging vormt, niet of het al dan niet een precedent schept. Het betekent in mijn beleving dat we een asielrecht hebben waarin een ieder vrij is, gelijk is in waardigheid en rechten. Een kinderpardon waarin het belang van het kind de eerste overweging vormt. We afspraken maken met landen om migratie te beperken waarbij we mensenrechten niet afkopen maar we een visie hebben op eerlijke economische ontwikkeling en handel.

Beste mensen, tot slot, ik hoop oprecht dat wij als samenleving ons bewust waren, zijn en blijven dat we allemaal, niemand uitgezonderd, lid van de gemeenschap van mensen zijn.

Waarbij we allemaal, wat je rol of functie in onze samenleving ook is, je verantwoordelijk voelt en verantwoordelijkheid draagt, in alles wat je elke dag doet, wat je tegen een ander zegt, de keuzes die je elke dag maakt, ons bij dit alles afvragen hoe draag ik bij om uit te dragen dat “Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren.”.